Gymnasiale vorming
Typisch voor het gymnasium is de bestudering van de klassieke talen en cultuur. Door kennis te maken met de taal, de kunst en het dagelijks leven van onze verre voorouders, krijgen we oog voor overeenkomsten en verschillen met onze huidige tijd. Het gaat om een beschouwelijke manier van denken waarbij inzicht belangrijker is dan reproductie.
Het feit dat op een gymnasium de klassieke talen belangrijk zijn, heeft zijn uitstraling op andere vakken. Gymnasiale vorming waarborgt een brede algemene ontwikkeling. Denkbeelden uit de klassieke wereld zijn onlosmakelijk verbonden met literatuur, wetenschap, beeldende kunst, geschiedenis en filosofie.
Tussen toen en nu bestaan overeenkomsten en punten van herkenning, zichtbaar in architectuur en kunst, maar ook onzichtbaar aanwezig in onze manier van denken, kritisch en los van vooroordelen. De grote verschillen tussen toen en nu zijn het veranderde patroon van normen en waarden, de rol van de godsdienst en de maatschappelijke verhoudingen. Confrontatie met deze verschillen leidt tot verdieping en discussie, zoals over de vraag of er een vrije wil bestaat en wat je daar onder moet verstaan.
Waarom moet je Latijn en Grieks leren en vertalen? De hele klassieke literatuur is immers al vertaald. Door het leren van de talen en het lezen van literatuur in het origineel, ontwikkel je meer gevoel voor taal en stijl. Latijn en Grieks zitten anders in elkaar dan Nederlands, Engels, Frans en Duits. Formele kenmerken van woorden spelen een grotere rol. Zinnen kunnen zeer lang en gecompliceerd zijn. Het ontrafelen daarvan stimuleert het analytisch denken, het bevordert het taalgevoel en heeft ook een positief effect op de beheersing van de moedertaal. Doordat het vertalen zoveel inspanning en nauwkeurigheid vereist, krijg je beter oog voor allerlei finesses op het gebied van stijl, woordkeus, woordplaatsing, klankeffecten en dergelijke. Bij vervolgstudies is de gymnasiale vorming een grote steun voor de student.